Wormpreventie PDF Afdrukken

Voor rundvee zijn er drie typen wormen erg belangrijk.: maagdarmwormen, longwormen en leverbot. Alle drie verschillende soorten zijn erg schadelik en vereisen verschillende behandelingen of methoden van preventie.

Maagdarmwormen zijn goed te bestrijden door gerichte beweiding. Door de kalveren op schoon land te weiden en om de drie weken om te weiden is heel veel ellende te voorkomen. Schoon is land als er geen runderen op gegraasd hebben. Na maaien bijvoorbeeld. Als dat strikt gebeurd is er nauwelijks wormbehandeling met medicijnen nodig. Als dat niet kan moet er strategisch ontwormd worden. Dat is maatwerk. Te weinig ontwormen is schadelijk maar te veel of te vaak ook! De dieren moeten wel immuniteit op kunnen bouwen. Vaak is het 0- 8 schema van Dectomax goed en werkbaar. Ook kan soms een goede slow-release bolus goede diensten bewijzen. Vraag bijtijds advies. Of kijk op de site van de GD: www.gddeventer.com. De daar onder dierziekten beschreven sleutel geeft goede adviezen.

Longwormen zijn minstens zo belangrijk. De problemen met longwormen treden vaak wat later op in de zomer. Meestal niet eerder dan augustus. Maar als dan kan het goed raak zijn, door longworm besmetting treedt een enorme groeiachterstand op en kan zelfs strefte optreden. En niet alleen bij kalveren. Zeker ook bij pinken en zelfs bij vaarzen of koeien. Als de weiden op een bedrijf besmet zijn kan een beweidings schema niet helpen. De longworm besmetting kan zich over vele meters door de lucht verplaatsen. Behandelen met wormmiddelen kan helpen maar loopt altijd achter de schade aan. Er is maar één echt goede methode en dat is longworm vaccinatie. De kalveren worden 2 x voor het naar buiten gaan behandeld met flesjes met gedode longworm larven. Op die manier worden ze immuun en maken in het land korte metten met opgenomen longwormlarven.

Er zijn bedrijven waar nooit longwormen voorkomen. Dan is de vaccinatie natuurlijk niet nodig.

Leverbot is nog meer een plaatselijk probleem. De leverbot kan zich alleen handhaven door de leverbotslak. Die slak gedijt bij de gratie van vocht, vooral in veengrond en in nat land. De besmetting vind plaats nog later dan de longworm besmetting: het begint pas eind augustus maar gaat daarna dan ook de hele herfst nog door. De zwaarste besmetting is meestal in oktober en november. Maar de maanden mei en juni zijn weer heel belangrijk voor de slakken populatie. Al met al gecompliceeerd om te voorspellen!

De preventie is alleen mogelijk door de dieren vroeg op te stallen of alleen in droog land te laten grazen in de nazomer. De behandeling is lastig: er komt resistentie voor tegen het goed werkende fasinex of tribex. En voor melkkoeien mag dat niet gebruikt worden. Het alternatief zanil werkt alleen tegen volwassen stadia van de leverbot. Kortom: een lastig probleem met veel complicaties. En dan is de Salmonella nog niet eens genoemd. Ook een moeilijk probleem op melkvee bedrijven, en er is een samenhang met leverbot problemen. Hoe die samenhang precies loopt weet nog niemand. Maar genoeg reden om er serieus mee om te gaan. We staan voor u klaar.met aangepaste adviezen. En ook hierover kunt u meer informatie vinden op de site van de GD: www.gddeventer.com.